Symfonie nr. 8 in G, opus 88
Antonín Dvorák
Toen Dvorák in 1890 zijn Achtste symfonie in Praag boven de doopvont hield, was het premièrepubliek getuige van een van de mooiste symfonieën uit de hoogromantiek. Deze hypergenereuze, werkelijk overheerlijke symfonie is niet enkel een meesterlijke compositie, het is ook een uniek en origineel antwoord op de hierboven vermelde opdracht van Schumann. Effectief creëert Dvorák met deze oeverloos melodieuze symfonie een originele bijdrage tot het aloude symfonierepertoire. Hoewel in uiterlijke vorm een normale, vierdelige symfonie, etaleert Dvorák in elke beweging zijn frisheid. Zo is er de mysterieuze koraalmelodie in het openingsdeel, die een alsmaar grotere rol speelt en uiteindelijk de hoofdmelodie verplettert. Er is ook het wondermooie Adagio, dat zwenkt tussen plechtig pastoralisme en dramatisch tumult. Of er is de versplinterende fanfare uit de finale, die zo een soort wervelende variatiereeks in gang zet. Grootste verrassing is wellicht het prachtig uitwaaierende walskarakter van het Allegretto grazioso.
Duurtijd: 00:35:00















