Romantische muziek laat alle remmen los en heeft het gemunt op je emoties. Deze muziek is dus heel wat minder evenwichtig of doordacht dan de muziek uit de klassieke periode. Aan het begin van de negentiende eeuw verlangden componisten terug naar wat meer avontuurlijkheid. Ze ontwikkelden een muziek die de gevoelens aansprak, die fantasierijk en fantastisch klonk. De soepele en heldere melodieën uit de klassieke periode vervingen ze door meer grillige, contrastrijke melodieën. Hun muziek klinkt dus erg onstuimig en kon veel gedaantes aannemen. We delen de romantiek op in drie periodes:
Deze muziek leunt nog sterk aan bij de klassieke periode, maar is toch flink wat woeliger. Componisten zijn bijvoorbeeld Beethoven, Schubert en Mendelssohn.
Deze muziek is van kop tot teen romantisch. Met spectaculaire klanken, slepende melodieën en dramatisch spanningen. Rasechte romantici zijn Schumann, Brahms, Tsjajkovski en Bruckner.
Deze muziek spreekt nog steeds de gevoelens aan, maar graaft heel wat dieper. Monsterorkesten en lange, uiteengerafelde melodieën zijn populair. Luister maar eens naar de muziek van Mahler of Strauss.
Romantische orkestmuziek is de muziek waar de meeste mensen van houden. Niet alleen omdat ze zo’n sterke emoties oproept, maar ook omdat deze muziek heel veel verschillende stemmingen weergeeft. Van intiem tot fonkelend, van huiveringwekkend tot heldhaftig. Bovendien werd er erg veel romantische orkestmuziek geschreven. Dat komt omdat in de negentiende eeuw het orkest pas goed gestalte kreeg. Omdat ze allerlei emoties in hun muziek wilden stoppen, maakten componisten gebruik van een boel nieuwe instrumenten. Zo werd het orkest alsmaar groter.
voor romantische muziek
na romantische muziek