Harp, piano en orgel: toetsen en tokkels

Naast strijkers, hout- en koperblazers en slagwerk zijn er nog enkele andere instrumenten die regelmatig in het orkest opduiken.

De harp

De harp ziet er niet alleen erg mooi uit, ze klinkt ook wondermooi. Ze kan een werkelijk magisch geluid produceren, vooral wanneer de harpist zijn vingers over alle snaren laat glijden (glissando). Op een harp worden 47 snaren gespannen, die voor een repetitie of een concert allemaal opnieuw gestemd moeten worden. Een harpist heeft voor hij begint te spelen dan ook altijd heel veel werk om al die snaren juist te doen klinken.

Op de snaren van een harp moet je met je vingers tokkelen om muziek te maken. Om niet telkens aan de verkeerde snaar te plukken, krijgen sommige snaren een kleurtje. Zo hebben alle do-snaren een rood kleurtje en zijn alle fa-snaren blauw. Een harpist moet overigens niet alleen zijn vingers gebruiken, maar ook zijn voeten. Er zitten namelijk pedalen aan een harp, waardoor de noten verhoogd of verlaagd kunnen worden.

De piano

De piano heeft ook snaren, maar die zitten opgeborgen in een grote klankkast. De snaren van de piano worden tot klinken gebracht door hamertjes. Die hamertjes hangen vast aan de toetsen waar de pianist op speelt en ‘slaan’ bij het indrukken tegen de bijbehorende snaar. Daarom wordt een piano ook wel eens bij de slaginstrumenten ondergebracht.

Een piano heeft zoveel snaren dat een pianist die niet allemaal zelf kan stemmen. Daarvoor wordt een pianostemmer gevraagd. Dat is iemand die niets anders doet dan overal de snaren van piano’s juist te zetten. Een harpist is bij een symfonisch orkest normaal in vaste dienst, terwijl een pianist alleen wordt gevraagd wanneer die voor een bepaald concert nodig is. Er zijn dan ook veel minder composities waarin een piano voorkomt dan een harp.

Het orgel 

Het orgel dat in een symfonisch orkest soms gebruikt wordt, is uiteraard geen indrukwekkend kerkorgel, maar een kleine versie daarvan. Zo’n orgeltje werkt op elektriciteit en wordt aangeblazen door een luchtpomp. Door op een toetsenbord noten in te drukken blaast de luchtpomp een luchtstroom in de overeenstemmende orgelpijp en krijg je de typische, kerkachtige klank. Een orgel heeft ook pedalen, waarmee de organist erg diepe bastonen kan spelen. Net zoals een harpist moet de organist dus voortdurend vingers en voeten bewegen.

De synthesizer

In moderne klassieke muziek kom je soms elektronische instrumenten tegen, zoals de synthesizer. Alle geluiden die dit instrument produceert, worden elektronisch voortgebracht. De componist is net op zoek naar de bijzondere klanken die zo’n instrument kan maken. Het wordt dus vooral gebruikt om de orkestklank een apart kleurtje te geven.